Zoeken naar Forfait

Forfait
forfait WikiWoordenboek.
Maar dan nog: een ombuiging van die omvang in zon korte tijd is veel eenvoudiger te bereiken met het verhogen van de overheidsinkomsten btw, zorgtoeslag, belastingen, beperking van de hypotheekrenteaftrek of verhoging van het forfait, enzovoorts dan met het verlagen van de uitgaven.
Gratis woordenboek Van Dale.
Je hebt gezocht op het woord: forfait. forf ai t het; o; meervoud: forfaits 1 vast bedrag dat bij het inkomen moet worden opgeteld of daarvan mag worden afgetrokken om het belastbaar inkomen te bepalen 2 België; m.n. sport: forfait geven verstek laten gaan.
Synoniemen van forfait; ander woord voor forfait synoniemen.net.
zoekspoor: hardmaken forfait. als trefwoord met bijbehorende synoniemen.: afwezigheid, verstek forfait zn.: misdaad, misdrijf forfait zn.: aannemingssom forfait bw.: als synoniem van een ander trefwoord.: absenteïsme, absentie, forfait, ontbreken, ontstentenis, verstek, verzuim. woordverbanden van forfait grafisch weergegeven. bij andere sites.:
forfait complete vertaling en synoniemen.
Betekenis forfait.
Hieronder vind je 6 betekenissen van het woord forfait. Je kunt ook zelf een definitie van forfait toevoegen. Een forfait is een bedrag of een tarief dat door de belastingdienst vooraf is vastgesteld, bijvoorbeeld het huurwaardeforfait. Het is dus onafhankelijk van de werke Bron: the-web-library.com.
Forfait 20 definities Encyclo.
Forfait en forfaitair zijn termen in het Nederlands belastingrecht die worden gebruikt om aan te duiden dat in een bepaald geval niet de werkelijke situatie, maar een veronderstelde situatie de heffingsgrondslag vormt voor belasting. Men neemt bijvoorbeeld niet de reële kosten en baten die samenhangen met een bepaalde situatie als grondslag voor.
Forfait in het Nederlands vertaald uit het Frans.
le forfait tarif forfait; tarif binôme. vastrecht het zelfstandig naamwoord. Vertaal Matrix voor forfait.: forfait; tarif binôme; tarif forfait. Synoniemen voor forfait.: abonnement; carte; souscription; crime; délit; infraction; mal; faute; assassinat; péché; monstruosité; infamie; atrocité; homicide; meurtre; exclu; évincé; forclos; radié.
forfait Nederlands woordenboek Woorden.org.
à forfait huurwaardeforfait. Herkomst volgens etymologiebank.nl. forfait van tevoren vastgesteld bedrag; afwezigheid op een afspraak in de sport. Hoe bekend is het woord? Volgens het Centrum voor Leesonderzoek kent 87% van de Nederlanders en 99% van de Vlamingen het woord forfait.
Forfait Wikipedia.
Waar sprake is van een forfait is ook altijd sprake van een fictie, maar niet andersom: waar sprake is van fictie, is niet altijd sprake van forfait. Zo is het vermogensrendement dat in box 3 op forfaitaire wijze wordt bepaald, altijd een fictie, tenzij heel toevallig dit rendement ook in werkelijkheid exact 4 % bedraagt.
Nederlandse synoniemen van forfait, ander woord voor forfait.
Synoniemen van forfait. Puzzelomschrijvingen van forfait in het puzzelwoordenboek.: Alle kosten inbegrepen. Het afwezig zijn. Mijnwoordenboek.nl is een onafhankelijk privé-initiatief, gestart in 2004. Behalve voor het vertalen van woorden, kunt u bij ons ook terecht voor synoniemen, puzzelwoorden, rijmwoorden, werkwoordvervoegingen en dialecten.

Contacteer ons

+  Plaque
+  Blanche
+  Forfait
+  salle
+  cheveux
+  femmes
+  soiree
+  cérémonie
+  Guadeloupe
+  vente
+  longues